Gé Reinders website: recensies en artikelen

D'n Haof vierde Limburgse CD van Gé Reinders, maar "Ik wil voor anderen schrijven"

9 oktober 1999, Telegraaf
door Jip Golsteijn

Een paar weken geleden bereikte Gé Reinders het verzoek van de NCRV om mee te werken aan een project, 'De Tien Geboden'. Of hij het tweede voor zijn rekening wilde nemen: gij zult geen andere God aanbidden. Hij kende het niet, ondanks een gedegen katholieke opvoeding. Maar het lied is klaar. Zonder het te beseffen had hij het al jaren in zijn hoofd. Zijn moeder, enige jaren geleden overleden, vertelde vaak het verhaal van een man die altijd zijn hoed afnam en een kruis sloeg, als hij langs de plek in Roermond kwam waar ooit een beeld had gestaan. Het was al jaren weg, maar de plaats was nog steeds heilig voor hem.

"Ze beweerde altijd dat ze een foto van het tafereel had, maar hij is nooit uit de spullen gekomen die ik van haar heb geërfd. Waarschijnlijk bestond hij dus alleen in haar hoofd, net als het heiligenbeeld voor die man. Ik weet niet of beide voorvallen kunnen doorgaan voor valse afgoderij, maar gelukkig was de NCRV niet te streng in de leer. En het lied is prachtig geworden, al zeg ik het zelf."

Net zo prachtig als die op 'D'n Hoaf', zijn nieuwe Limburgse cd, alweer de vierde in zijn eigen taal?

"Ik mag het hopen. De reacties zijn erg bemoedigend. Een plaat in dialect, hoog in de Moordlijst van Oor, zal ook niet elke veertien dagen voorkomen. Vergeleken bij 'Man van 'n Kleine Sjtad' heb ik de thema's op 'D'n Hoaf' (=de tuin, JG) een beetje verlegd, van strikt persoonlijk, naar meer algemeen. Daar past ook een andere muzikale aanpak bij. Minder intiem, groter. Grootser zelfs, in sommige gevallen. Elk nummer heeft het arrangement gekregen dat het beste ervoor was, ook als dat een zware bezetting vereiste. Voor het eerst heb ik onbeperkt gebruik kunnen maken van een keur aan muzikanten."

"Dat kan je wel zeggen, ja. Op 'Blaosmuziek', het prijsnummer van 'D'n Hoaf', speelt de voltallige Fanfare Eendracht uit Nieuwenhagerheide mee, vijfenvijftig man sterk, dirigent Hardy Mertens niet eens meegerekend. In drieënhalve minuut evolueert 'Blaosmuziek' van enkele ijle pianoklanken naar alle remmen los."

" 'Blaosmuziek' beschrijft het zondsgochtendgevoel dat ik als typisch Limburgs koester, hoewel er zonder twijfel over de hele wereld variaties op bestaan. Maar het onze gaat aldus: eerst zie je, nog in ondergoed, kampend tegen de kater, aan de ontbijttafel de leden van de fanfare, in onberispelijk uniform, blijgemoed voorbij fietsen, een uur later, op weg naar de kroeg, ruik je de geur van versgetrokken soep al van ver en een uur daarna huil je tranen met tuiten in je bier, bij zulke prachtige klanken."

"Het waren dat soort emoties die ik aan mijn studiegenoten probeerde uit te leggen, toen ik op mijn zeventiende in het kader van een uitwisselingsprogramma een jaar in Amerika verbleef. Grotendeels tevergeefs natuurlijk, maar niet helemaal. Aan het eind van dat jaar hadden we allemaal het gevoel dat we op de een of andere manier Europeser waren geworden van onze ervaringen, in wat toch als het Beloofde Land werd gezien. Met de Belg en Française met wie ik destijds naar Massachussets afreisde heb ik nog geregeld contact. In 'Same Nao Amerika' doe ik van zo'n reünie verslag. In dat nummer heb ik het over 'de ómwaeg nao hoes'. Dat is dus de zoektocht naar jezelf, die iedereen moet maken."

"Soms denk ik dat ik door dat ene jaar voorgoed wereldser ben geworden dan de meeste Limburgers. Ik heb een spuughekel aan het soort dat zijn halve leven lang in de kroeg zit te kankeren op 'Hollanders' die ze van alles en nog wat zouden onthouden, maar de andere helft niets ondernemen om er wat aan te doen. Ik had verwacht dat 'Det Saort' in Limburg een storm van protest zou losmaken, maar uitgerekend 'thuis' krijg ik de positiefste reacties. Kennelijk zit de ergernis over die typische Limburgse verongelijktheid bij Limburgers die het gemaakt hebben net zo diep als de verongelijktheid zelf. In mijn zwakste momenten heb ik ook het gevoel dat ik als Limburger drie keer zo hard moet werken om geloofwaardig over te komen. En daarbij kan ik geen provinciegenoten gebruiken die het Limburgse cliché van lethargie wensen uit te blijven dragen."

"Overigens had ook ik niet gedacht dat de doelen die ik mezelf in het begin van mijn carrière heb gesteld één voor één zouden worden gehaald. Optreden, toeren, platen maken, en nu zelfs een theatertoer, het is me allemaal gelukt. De volgende uitdaging? Schrijven voor anderen, in alle moderne talen. Dat is mijn zelfopgelegde huiswerk voor de komende jaren."